Bart Adjudant is onze eerste wijkdichter

Hierbij trek ik het boetekleed aan. Tijdens het oogstfeest in de Paradijsvogeltuin, afgelopen september, las dichter Bart Adjudant voor uit eigen werk. In mijn verslag voor de wijkkrant haalde ik zijn gedicht ‘Mits smaakvol bereid’ aan. De eerste zin luidde: “We houden de katten voorlopig maar binnen.” Deze beginregel citeerde ik verkeerd. Ik maakte ervan “We houden onze katten voorlopig maar binnen”. Nu zult u zeggen: is dat nou zo erg – een enkel verkeerd woord in een dichtregel? Ja, dat is erg. Bart heeft de zin zorgvuldig gecomponeerd, met een bepaalde opeenvolging van beklemtoonde en niet beklemtoonde lettergrepen (versvoeten), wat tot een harmonieus ritme leidt. Door er een lettergreep aan toe te voegen, wordt dit ritme verstoord. Helemaal terecht dat Bart me hiervoor, overigens heel vriendelijk, op de vingers tikte.

Bart Adjudant (pseudoniem van Bart Schmittmann) is in 1960 in Den Haag geboren. Na het eindexamen VWO ging hij dwarsfluit studeren aan het Sweelinckconservatorium in Amsterdam. Deze studie sloot hij in 1987 succesvol af, waarna hij een baan kreeg als fluitist bij het militaire orkest in Assen (“terwijl ik nota bene voor militaire dienst ben afgekeurd”). In deze omgeving kwam zijn tweede talent tot bloei. Hij bleek een begenadigd dichter te zijn. “Wanneer er iets gebeurde wat de dagelijkse gang van zaken verstoorde – de dirigent kwam te laat of een trompettist had wel zijn muziekkoffertje wel bij zich, maar de trompet zelf ontbrak – was het de gewoonte dat de andere orkestleden daar plagerige gedichtjes over maakten. Een soort kantoorhumor. Ik deed daar al snel aan mee. En het viel al gauw op dat ik dat wel aardig kon. Mijn collega’s stimuleerden me er meer werk van te maken. Uiteindelijk heb ik daar gehoor aan gegeven. Sinds 2017 schrijf ik op mijn facebookpagina dagelijks een gedicht, een verplichting die ik mezelf bewust heb opgelegd. Ik ben tamelijk lui van aard. Ik heb discipline nodig. Wanneer ik het om de dag deed, zou het al snel op ‘om de paar dagen’ neerkomen en, als ik niet uit-keek, ‘om de week’. Inmiddels ben ik verslaafd geraakt aan de duimpjes waarmee lezers op mijn gedichten reageren – dus ga ik er voorlopig mee door.”

Bart schreef zijn gedichten in eerste instantie onder het pseudoniem Adjudant B. Deze naam, bedacht door de dirigent van het militaire orkest, was een verwijzing naar drs P., een dichter aan wie Bart zich sterk verwant voelt. Beiden zijn een meester in het schrijven van light verse – korte, speelse gedichten met in de slotregel vaak een humoristische draai. Een voorbeeld hiervan is het gedicht dat Bart onlangs wijdde aan Gerbrand Bakker, naar wie in onze wijk de Gerbrand Bakkerstraat is genoemd. Met deze straatnaam wordt niet de hedendaagse schrijver Gerbrand Bakker geëerd (bekend van de roman ‘Boven is het Stil’), maar de arts en hoogleraar van die naam die zo’n twee eeuwen geleden leefde en het uiteindelijk zou schoppen tot rector magnificus van de universiteit.

Wie zou Gerbrand Bakker nou toch zijn?
Heb ik niet laatst een boek van hem gelezen?
Dat zal toch niet daadwerkelijk zo wezen?
Naar iemand die nog leeft heet straat noch plein

Neen, Bakker was tweehonderd jaar geleden
Rector magnificus hier ter stede.

Ook voor Driek van Wissen, een andere meester in het genre, en een stadgenoot, heeft Bart grote bewondering. “Ik heb hem helaas nooit ontmoet. Ik sprak een keer zijn weduwe op de jaarlijkse ‘Driekdag’ in zijn stamkroeg De Wolthoorn. Zij vond het geweldig wat ik deed en was van mening dat Driek en ik het uitstekend met elkaar hadden kunnen vinden. Maar ik ben niet de nieuwe Driek van Wissen, zoals wel eens gesuggereerd is.”

Bart heeft een ode aan Driek van Wissen geschreven, in de vorm van een acrostichon.

De man was onvoorstelbaar virtuoos
Rondeel, sonnet, kwatrijn of sonnettette
In heel zijn werk zien wij de nauwgezette
En weldoordachte woorden die hij koos

Kon weergaloos, maar steeds binnen de wetten
Van vorm en metrum, schijnbaar argeloos,
Aan een stuk door en waarlijk grandioos
Nog schaven aan zijn prachtige coupletten

Wij mogen deze man echt nooit vergeten
Ik vind dat men hem met een beeld moet eren
Staat straks in brons de koning der poëten
(Subtiel met vlinderstrik) groen te verweren
En ook de plek denk ik al wel te weten:
Naast Wolthoorn, waar hij graag wat mocht verteren

Bij een acrostichon ontstaat, wanneer je de eerste letters van iedere zin achter elkaar zet, een naam, in dit geval ‘Driek van Wissen’. (het bekendste acrostichon uit onze cultuur is ongetwijfeld het Wilhelmus. Als je de eerste letters van de vijftien coupletten van ons volkslied achter elkaar neerzet, lees je ‘Willem van Nassov’).

Bart Adjudant schrijft vormvaste poëzie, met strikte regels voor metrum en rijm. In die zin kun je hem een klassiek dichter noemen. Op de vraag of zijn muzikale achtergrond hier wat mee te maken heeft, moet hij het antwoord schuldig blijven. “Het is voor mij een uitdaging mijn gedichten ineen vaste vorm te gieten, maar ik weet niet of dat komt door mijn werk als fluitist in een orkest. Ik ben namelijk ook een liefhebber van avant garde muziek, waarbij het ritme geen enkele rol speelt.”

Behalve light verse schrijft Bart ook sonnetten (ook wel klinkdicht geheten). Deze klassieke versvorm die in de veertiende eeuw al werd toegepast door de Italiaanse dichter Francesco Petrarca, bestaat uit twee keer vier dichtregels (de kwatrijnen) gevolgd door twee keer drie dichtregels (de terzinen), met tussen beide gedeelten een volta of wending – een verandering van betekenis die een bepaalde tegenstelling creëert. De twee kwatrijnen heten tezamen octaven, de twee terzinen heten sexttetten. Het rijmschema is abba abba cdc dcd – maar hiervan kan worden afgeweken. Bart heeft een sonnettenkrans op zijn naam staan, een vorm die nog veel hogere eisen aan de dichter stelt dan het sonnet op zich al doet. Niet alleen heeft hij volgens bovenstaand schema veertien sonnetten op papier gezet  – hij heeft deze veertien ook op een bepaalde manier met elkaar verbonden. De laatste zin van het eerste sonnet is namelijk de eerste zin van het tweede, de laatste zin van het tweede is de eerste van het derde enzovoort. De laatste regel van het veertiende sonnet is weer gelijk aan de eerste regel van sonnet waarmee de cyclus begonnen is. Dat is nog niet alles. Door de eerste zinnen van de veertien sonnetten achter elkaar te plaatsen, heeft hij een vijftiende sonnet gecreëerd, het zogeheten meestersonnet – dat op zich een volwaardig gedicht is. Dit vijftiende sonnet luidt als volgt:

Wie schrijft er tegenwoordig nog sonnetten?
De versvorm staat te boek als achterhaald.
Er wordt niet naar pentameters getaald,
Met gruwt van vaste vormen en hun wetten.

Zo’n volta, niemand die er nog om maalt.
Gedachtenspinsels op een metrum zetten,
In rijmende octaven en sextetten,
besmuikt wordt er door velen om gesmaald.

Toch wordt het klinkdicht soms nog wel gehoord
waar aandacht voor het ambacht is gebleven.
Die veertien regels zullen nimmer sneven.

De Ars Poetica zal overleven.
Een fraaie zin, een welgekozen woord
Leeft in gedachten soms nog jaren voort.

Het thema van deze sonnettenkrans komt in dit meestersonnet duidelijk naar voren. “Ik ben op bijeenkomsten waar dichters voordragen uit eigen werk, vaak de enige die gedichten schrijft die rijmen. En een vast ritme hebben. Dat roept bij mij een wat tweeslachtig gevoel op. Vaak wordt er wat meewarig tegen mijn werk aangekeken. Om je gevoel te uiten, heb je toch geen ritme of rijm nodig, luidt het oordeel. Techniek wordt niet gewaardeerd.”

Gelukkig krijgt Bart op andere podia wel de waardering die hij verdient. Eind oktober is hij door de stichting Taalpodium Emmen uitgeroepen tot Nederlands kampioen light verse, een titel die hij overnam van de bekende dichter, zanger en liedjesschrijver Rikkert Zuiderveld. De jury noemde hem een vakman die het publiek op onderhoudende wijze langs thema’s als taal, drank en gezondheid leidt en die het standpunt verwoordt dat het in het leven maar behelpen is.

Er valt nog meer nieuws te melden. Onlangs is Bart benoemd tot de wijkdichter van de Oosterparkwijk, een primeur. Bij speciale gebeurtenissen in de wijk zal hij daar op zijn eigen wijze poëtisch verslag van doen. Daarnaast heeft hij toegezegd een vaste bijdrage te leveren aan onze wijkkrant. Zo kunt u binnenkort iedere twee maanden genieten van een gedicht van hem – en van zijn humor, zijn rake observeringen, zijn spitsvondigheid en zijn virtuoze verstechniek. Een poëzierubriek om naar uit te zien! 

De titel van de sonnettenkrans luidt ‘Wie schrijft er tegenwoordig nog sonnetten?’ Ondertitel: ‘Ars Poetica’.

Binnenkort verschijnt van Bart Adjudant de bundel ‘Een vers is als een vat gedestilleerd’. Enkele jaren geleden is onder het pseudoniem Adjudant B. de bundel ‘Kapsoones’ verschenen.

Op YouTube leest Bart iedere zondag een gedicht voor van andere dichters en op woensdag het gedicht van eigen hand dat die week de meeste reacties op sociale media heeft gekregen.