Edwin Lotz: een veelzijdig kunstenaar

Vierenveertig jaar heeft Edwin Lotz als filmoperateur bij een aantal filmtheaters in de stad gewerkt, waaronder Camera, Filmtheater Poelestraat, Images en het Groninger Forum. In die functie was hij verantwoordelijk voor het hele proces: allereerst het controleren van de films bij binnenkomst – zijn er beschadigingen? Vervolgens het monteren en het kiezen van een geschikt moment waarop hij een pauze kon inlassen. En tot slot het draaien van de films tijdens de voorstelling. Er waren meerdere zalen in de bioscoop waarin verschillende films werden vertoond. Op monitoren hield hij in de gaten of alles goed liep. “In die tijd heb ik duizenden films gezien, maar nooit eentje in zijn geheel.” In de loop der jaren werd hij een ouwe rot in het vak. De routine stelde hem in staat tussendoor wat voor zichzelf te gaan doen: terwijl hij met een half oog op de monitoren de films volgde, maakte hij snel een paar tekeningetjes of opzetjes voor een gedicht of zette hij ideeën voor composities op papier. Want Edwin Lotz is in de eerste plaats een kunstenaar – bovendien een kunstenaar die op vele terreinen actief is. Zijn veelzijdigheid is indrukwekkend. Hij componeert, hij speelt gitaar en hij schrijft haiku’s – drieregelige gedichten, met in de eerste zin vijf lettergrepen, in de tweede zin zeven lettergrepen en in de laatste weer vijf lettergrepen. Het is een van oorsprong Japanse versvorm. Edwin heeft tientallen haiku’s geschreven, waarvan er een aantal is gepubliceerd. Een voorbeeld:

Doorweekte maanden
Zeggen iets over regen
Maar niets over wind

En last but not least: Edwin is kunstschilder. Tot eind maart is werk van hem te zien in het wijkcentrum ‘bij Van Houten’ aan de Oliemuldersweg, als onderdeel van de Kunstroute – een groepstentoonstelling waaraan ook Victoria Rojas Milesi (fotografie) en Wonneke Buist (collages) deelnemen.

Als schilder is Edwin autodidact. Hij heeft zijn talent en zijn liefde voor de schilderkunst zo’n vijfendertig jaar geleden ontdekt toen hij met zijn dochtertje, die toen een jaar of twee was, aan het vingerverven was. Hij merkte hoe leuk hij dit vond. En dat dit een geëigende manier was waarop hij zich kon uiten. Enthousiast ging hij aan de slag. Hij schilderde een rijk oeuvre bij elkaar – met 2017 als zijn meest productieve jaar. Er was kort daarvoor een hernia bij hem vastgesteld. In afwachting van de operatie moest hij zoveel mogelijk in beweging blijven. Hij besloot van de nood een deugd te maken, verhoogde een tafel, zodat hij niet hoefde te bukken, legde daar een doek op dat hij, constant heen en weer lopend, beschilderde. Op het eerste doek volgden een tweede en een derde en nog een heleboel meer, in totaal veertig stuks in een jaar tijd. Het bleek een heilzame therapie te zijn. Het dove gevoel in zijn benen verdween en hij hoefde niet meer geopereerd te worden. Hij noemde dit proces ‘a paint(h)ing’.

Geen titel
Edwin maakt abstracte voorstellingen, maar hij vindt het prima wanneer iemand figuratieve motieven in zijn werk ontdekt. Het is aan de kijker op zijn eigen wijze te ervaren wat hij ziet. “Ik geef mijn schilderijen daarom ook nooit een titel mee. Dat leidt iemand alleen maar in een bepaalde richting. Zelf kijken, zelf ondervinden wat het je doet, daar gaat het om. Ik hoop dat de bezoekers van mijn werk genieten. En als mijn schilderijen iemand niet aanspreken, nou, dan is het ook goed. Daar is iedereen vrij in. Een compliment is plezierig, maar een negatieve reactie, daar wordt mijn werk niet minder van. En ik ook niet.” 

Kleuren en lijnen
Edwin werkt intuïtief. De schilderkunst leidt hem, zoals hij zelf zegt, naar onbekende terreinen in zijn onderbewuste. “Het is ook voor mijzelf een verrassing hoe het uiteindelijke resultaat er uit komt te zien.” Hij heeft geen grote voorbeelden uit de kunstgeschiedenis die hem inspireren. “Ik wil niet iets maken wat al bestaat,” geeft hij als verklaring. “Ik wil er iets aan toevoegen.”

Wat in het werk van Edwin opvalt, is het kleurgebruik. Hij heeft een voorkeur voor de kleur okergeel, waarvan op de tentoonstelling een mooi voorbeeld te zien is – spetterende kleurvlakken waarvan ik, in deze donkere tijd, helemaal vrolijk word. Ook past hij nu en dan een opmerkelijk lijnenspel toe, soms horizontale en verticale lijnen, evenwijdig aan elkaar, soms lijnen die dwars door het beeld heen lopen.

Stekelvarken
Bij één schilderij wil ik wat langer stil blijven staan.  Het heeft – uiteraard – geen titel, maar het werk staat hierboven als illustratie afgebeeld, zodat u toch een indruk krijgt. Ook op dit schilderij valt de wirwar aan lijnen op die tezamen een druk en wat onrustig beeld opleveren. Mijn eerste associatie: het geheel doet me denken aan een dier met allemaal lange stekels op de rug – de scherpe, schuine lijnen die aangebracht zijn aan de bovenkant van de voorstelling. Een stekelvarken? Maar er valt meer te ontdekken. Is dat een oog met daarachter een verentooi? Zit daar een Indiaan verborgen? En die zwarte vlek: is dat het kopje van een poes met bruine ogen? Piept iets verderop zijn staart tevoorschijn – een zwarte staart met ronde bruine vlekken?

Gesso
Voordat de kunstenaar gaat schilderen moet hij eerst het doek prepareren. Wanneer hij rechtstreeks op het canvas zou schilderen, zou de verf direct in het doek verdwijnen en zag je weinig van de voorstelling terug. Het doek absorbeert namelijk de verf. Om dat te voorkomen, brengt de kunstenaar eerst een onderlaag van gesso aan die de verf vasthoudt. Oude meesters vervaardigden gesso zelf – of lieten het hun leerlingen doen – uit een mengsel van wit pigment, krijt en dierlijke lijm. Tegenwoordig wordt het fabrieksmatig gemaakt en is het ook in andere kleuren dan wit leverbaar.

Op dit schilderij speelt Edwin met gesso. Hier en daar laat hij het gesso door de verflaag heenbreken, waardoor het extra lijnen en kleine kleurvlakken vormt die het beeld aanvullen.

Het onderbewuste
Ik laat de opmerking van Edwin dat de kunst hem naar zijn onderbewuste leidt op me inwerken. Mijn ogen glijden nog een keer over het bovengenoemde schilderij. Ik zie het hekwerk aan de onderkant van de voorstelling. En ik kijk naar de scherpe, harde stekels aan de bovenzijde – die plotseling een heel andere betekenis voor me krijgen. Er doemt het visioen bij me op van een gevoelige, kwetsbare ziel die, koste wat het kost, zijn innerlijk wil beschermen tegen de hardheid van de buitenwereld.    

Schilderijen van Edwin Lotz  zijn tot eind maart te zien in het wijkcentrum ‘bij Van Houten’ aan de Oliemuldersweg 47, tezamen met fotografie van Victoria Rojas Milesi en collages van Wonneke Buist.