Een dag in het Odensehuis

Er klinkt luid kabaal wanneer ik het huis binnen kom. Het lijkt of er bouwvakkers aan het werk zijn. Wordt de ruimte misschien verbouwd? Nee, dat is niet het geval, zo blijkt even later. Een van de deelnemers is bezig een vogelhuisje te timmeren en slaat, onder begeleiding van een vrijwilliger, de spijkers met groot enthousiasme in het hout. “Het wordt tijd dat we een schroefboormachine aanschaffen”, merkt Patrick Boon op. “Maar dat kost geld en we moeten zuinig omspringen met ons budget. Heimelijk hopen we dat iemand een dergelijke machine over heeft en aan ons in bruikleen wil geven.”

Patrick Boon is algeheel coördinator van de drie Odense-huizen die Groningen telt. Deze bevinden zich verspreid over de stad, namelijk in Beijum (Amkemaheerd), in Corpus den Hoorn (Donderslaan) en in de Indische Buurt (Molukkenstraat). In de laatste vestiging komen veel deelnemers uit de Oosterparkwijk. Vandaar dat ik een afspraak heb gemaakt daar een keer langs te komen. Patrick leidt me rond, samen met Moniek Tolsma, de neven-coördinator.  

De Odensehuizen bieden dagopvang aan mensen met geheugenproblemen. De ziekte van Alzheimer, denk je dan. Maar dat is maar één van de oorzaken. Vergeetachtigheid kan het gevolg van tal van aandoeningen zijn. De achtergrond doet er ook niet zoveel toe. “De mensen die hier komen, zijn deelnemers, geen patiënten”, aldus Moniek.

Activiteiten

Er is die ochtend in het Odensehuis aan de Molukken-straat van alles te doen. Verschillende deelnemers zijn aan het tekenen en schilderen, een viertal mannen troeft elkaar af met een kaartspel en een groepje vrouwen is met elkaar in gesprek. Ondertussen timmert de man van het vogelhuisje onverstoorbaar verder. Een ander is aan het zagen. Het gesprekgroepje gaat een eindje verderop zitten. Verschillende vrijwilligers en stagiaires verlenen hand- en spandiensten.   

“De deelnemers worden in het dagelijks leven voortdurend geconfronteerd met afscheid nemen – afscheid nemen van hun vaardigheden,” legt Patrick uit. “Wat hen vroeger gemakkelijk afging, lukt nu niet meer.  Maar hier kijken we niet naar wat iemand niet meer kan, we kijken naar wat hij nog wél kan. Alles is gericht op ontwikkeling. We zingen samen, doen aan gymnastiek, yoga en ontspanningsoefeningen. Een deelnemer speelt met enige regelmaat piano, wat hij heel goed kan. Soms leest een vrijwilliger een verhaal voor. En als iemand er enkel bij wil zitten en verder niets wil doen – dan kan dat. Niets moet, alles mag. Soms zitten een paar mannen de halve ochtend bij elkaar om herinneringen op te halen aan vroeger. Ja, dat noemen we ons leugenbankje.”

“We lunchen tussen de middag met elkaar”, vult Moniek aan. “De bezoekers wonen voor het overgrote deel nog op zichzelf. Vaak wonen ze ook alleen. Ze zijn gewend alleen te eten. Je weet niet hoe belangrijk die gezamenlijke lunch dan voor hen is. Er speelt bij ouderen vaak eenzaamheid. Het samen dingen doen, dat is zo waardevol.”

“Verzorging kunnen we niet bieden”, vervolgt Patrick. “Iemand moet zelfstandig naar het toilet kunnen gaan, om maar wat te noemen. Maar we zijn niet te beroerd even een knoop dicht te maken. En als er eens een ongelukje gebeurt, helpen we de persoon natuurlijk met verschonen. We hebben hier reservekleren klaarliggen voor het geval dat.”

“Eens in de veertien dagen komt er een creatief therapeut langs,” merkt Moniek tot slot op. “Zij leidt wat wij de Gedachtenkamer noemen. Daarbij brengt ze een bepaald thema in. Dat kan gaan over verlies, afscheid nemen en eenzaamheid. Maar ook luchtiger onderwerpen komen aan de orde, zoals de wisseling van de seizoenen, een thema dat ze onlangs heeft aangesneden. Iedere keer wordt tijdens het gesprek de vraag gesteld – wat betekent het voor jullie? En dan merk je dat er heel veel los komt. Ook mensen die niet gewend zijn veel te praten, komen aan bod. Iedereen kan zijn verhaal vertellen.”

Lunch
Wanneer het tijd is voor de lunch, stopt ieder met waar hij me bezig is en gaat aan tafel. Wanneer iedereen zijn plaats gevonden heeft, vraagt Moniek om een moment van stilte. Daarna gaan de schalen met verschillende soorten brood rond, de kaas, worst, pindakaas en jam. Voor wie het tevoren heeft gemeld, is er een gekookt ei. Het gaat geanimeerd toe. Iedereen noemt elkaar bij de voornaam. “Ik weet vaak niet eens hoe iemand van zijn achternaam heet,” zegt Moniek laconiek. Een man die wat stil is, wordt bij de gesprekken betrokken. “Wat heb jij vanochtend gedaan, Joop?” 

Wandeling
Na de lunch maakt een deel van de deelnemers, met ondersteuning van twee vrijwilligers, een wandeling door het naburige park. Ik loop naast een vriendelijke dame van in de tachtig die vertelt dat haar man vorig jaar is overleden. “Het ging daarna helemaal niet goed met me. Ik kwam mijn huis niet meer uit. De huisarts heeft toen ingegrepen. Hij vond dat er wat moest gebeuren en heeft voorgesteld dat ik naar het Odensehuis zou gaan. Eerst wilde ik niet. ‘Ik ben toch geen kind meer’, zei ik. Maar dat zijn de anderen hier óók niet – daar ben ik heel snel achter gekomen. Ik ga er nu vijf dagen in de week naar toe – het heeft me uit het dal getrokken. Ik zou het Odensehuis voor geen goud willen missen.”

Bingo
Na de wandeling is het tijd voor de bingo. Het is half december en Moniek heeft een speciale kerstbingo samengesteld. Ze laat bekende Engelstalige kerstliedjes horen, variërend van ‘Silent nigth, holy night‘ tot ‘Feliz navidad’ van José Feliciano en ‘So, this is Christmas’ van John Lennon. Iedereen kruist vlijtig de gespeelde nummers af op de kaart. En als het laatste nummer uitgevoerd is  – dan klinkt er een meerstemming ‘bingo!’ Het blijkt dat iedereen tegelijkertijd de kaart vol heeft. Het is de hilarische afsluiting van een doorsneedag in het Odensehuis aan de Molukkenstraat.

Wie wil deelnemen aan activiteiten in het Odensehuis, heeft geen indicatie nodig. Het is een laagdrempelige voorziening. Voor informatie kunt u bellen: 050-2303252 of mailen: info@odensehuisgroningen.nl

N.B.: Joop is een gefingeerde naam.