Verdwenen toko: de kapper in de Goudsbloemstraat

Door Niels rutjes

De Goudsbloemstraat is in een eeuw tijd weinig veranderd. Als je de auto’s zou weghalen zou je deze foto zo na kunnen maken.

De foto is recent ingekleurd door Wil de Boer; het origineel is in de jaren twintig of dertig gemaakt. Dit deel van de wijk werd toen het Witte Dorp genoemd. Aan de overkant van de Zaagmuldersweg lag het Rode Dorp. Dat is eind jaren zestig afgebroken. En ten zuiden lag het Blauwe Dorp, dat nog steeds bestaat. Met die drie kleuren is de Nederlandse vlag compleet. Tot slot stonden Hortensialaan en omstreken bekend als het Oranje Dorp.

De Goudsbloemstraat was de hoofdstraat van het Witte Dorp. De huizen werden rond 1927 gebouwd. De Stichting Centraal Woningbeheer, nauw verbonden met de gemeente, zorgde voor het beheer en de verhuur ervan.

In augustus 1927 zette de stichting een advertentie in de krant om een winkelhuis te verhuren, waarin een kappers-zaak annex sigarenhandel gevestigd moest worden.

Dat lukte: een zaak genaamd ‘H.H. Kappers’ vestigde zich in het pand. Op het ene raam stond ‘Scheren en haarsnijden’ geschilderd en op het andere ’tabak – sigaren – cigaretten’. Met een C, inderdaad.

Op het oog misschien een ongewone combinatie, maar dat was het in die tijd niet. Een kapperszaak bracht niet altijd genoeg op, zeker niet in een arbeiderswijk. Ook ging men destijds niet alleen naar de kapper voor een knip- of scheerbeurt maar ook voor een praatje en om een sigaartje te roken. Vandaar dat veel kappers er een handeltje in rookwaren bij hadden.

Sigaren waren rond 1930 het populairst, gevolgd door pijproken. Sigaretten werden gezien als modern en stedelijk en waren in opkomst. Tot slot werd er ook shag gerookt – vaak in combinatie, overdag shag en ’s avonds een sigaar.

Aangezien kappers vaak wit droegen, is het aannemelijk dat de man op de stoep de eigenaar is. In de deuropening staat een vrouw met jurk en schort – waarschijnlijk zijn echtgenote. Het was gebruikelijk dat de man het knippen en scheren deed en zijn eega de verkoop van tabak.

Eind jaren ’40 – de zaak had inmiddels een nieuwe eigenaar – is de schaar aan de wilgen gehangen. Sindsdien werd er alleen nog tabak verkocht. In 1957 is de tabakswinkel nog eens verbouwd. De krant schreef bij de heropening dat het een zeer aantrekkelijke winkel was geworden. Een sieraad voor Plan Oost, noemde de eigenaar het zelf.

In 1973 is het sigarenmagazijn uitgeschreven uit het handelsregister. Later hebben er nog een nagelstudio en een inloopwinkel voor zorg gezeten. Tegenwoordig is het een woonhuis.

Op zijn Instagram-pagina Verdwenen Toko’s in Groningen schrijft Niels over verdwenen winkels, cafés, restaurants en andere toko’s in de stad.

Foto: P.B. Kramer, Groninger Archieven. Ingekleurd door Wil de Boer