Van 20 t/m 25 mei vond in de Paradijsvogeltuin de expositie ‘Roots’ van Time Collective plaats. Drie derdejaars studentes ‘Fine Art’ bij Minerva, Fleur Verwijmeren, Keela Egan en Elfriede Roest hadden samen met Product Designer Luka Grimbergen ‘een wereld gecreëerd waarin kunst, natuur en gemeenschap samenkomen’. Dat maakte nieuwsgierig en op een warme en zomers aandoende middag gingen we naar de Paradijsvogeltuin, een unieke plek in de wijk, licht verscholen, waar van alles gebeurt en waar we werden ontvangen door Keela en Fleur. Ze vertelden dat ze alle vier een persoonlijk kunstwerk hadden gemaakt en gezamenlijk een groepswerk, dat bestond uit een klein houten huisje. Bij het betreden hiervan kwamen we in een klein halletje, waar we door een gordijn een stikdonkere ruimte betraden. We hadden enige tijd nodig om onze ogen hieraan te laten wennen en zagen vaag twee bankjes waarop we plaatsnamen. Het weinige licht was afkomstig van een oliebrander die gemaakt bleek van wilde klei en die een geur verspreidde, gewonnen uit dennenbomen, watermunt en sinaasappelen, door middel van een distillatieproces. De geur en de warmte in de ruimte leidden Frans naar heel lang geleden, toen hij als kleuter vaak bij een tante op Terschelling logeerde.
Keela had een kunstwerk gemaakt waar je ook in kon, het bleek te maken te hebben met dans en beweging. Je kon erin klimmen en Gijs-Job nam even de proef op de som. Keela vertelde dat het werk voortkwam uit haar innerlijke wereld, waar in haar jeugd mythes en verhalen een grote rol speelden. Hierna liepen we met Fleur mee naar een oude en vervallen personenbus die geparkeerd stond bij het Van Starkenborghkanaal. We stapten in en de cabine bleek kaal met alleen een beeldscherm, waarop ingezoomd werd op een operatie. Je zag een ‘gewonde’ en ‘bebloede’ paddenstoel, die met chirurgische precisie uiteindelijk gehecht werd met naald en draad. Dit alles in close-up gefilmd. Uit alles sprak een diep gevoel van meelevendheid met het leed van de paddenstoel. ‘Ontroerend’ vond Frans en het zette hem aan het denken over de omgang van de mens met de natuur in algemene zin. Fleur vertelde over haar opa, die een paddenstoelenkenner en verzamelaar was, wat in haar jeugd veel indruk op haar had gemaakt.

Frans kent de tuin goed en we liepen via een andere route terug naar het ‘Kasteel’, het centrale gebouw van de Paradijsvogeltuin. Het was grotendeels afgedekt met een wit doek, waarop een schilderij van een gestileerde boom hing, gemaakt door Elfriede. Hiernaast stond de mechanische installatie van Luka, waarvan het leek dat er iets naar boven kon worden getransporteerd, beneden stond een opvangbak en daarnaast een rode drukknop. We drukten op de knop en de installatie kwam zacht ratelend in beweging. In kleine bakjes aan een transportband werden helikopterzaadjes van de esdoorn naar boven gebracht, de bakjes belandden daar op de kop en het zaadje viel al dwarrelend in de opvangbak. Onderin zat een opening waardoor het zaadje weer in een van de bakjes viel, die dan weer omhoog werd getransporteerd, etcetera.
Aan het eind van ons bezoek vertelden Fleur en Keela over de soms zeer van elkaar verschillende interpretaties van de bezoekers en hoe zowel verrassend als verrijkend ze dit ervoeren.
Foto boven: Fleur Verwijmeren; foto onder: Keela Egan.

Tekst: Frans Geubel & Gijs-Job ten Berge; foto’s Frans Geubel
